
Tijdens een inspannende trektocht naar de Engstligenalm halverwege de vakantie viel me op dat je boven op een berg altijd een mooi uitzicht hebt op de afgelegde weg. Nu de kinder- en jongerenvakantie in Adelboden alweer -veel te snel- voorbij is gegaan kan ik weer gaan klimmen. Niet op rotspaden langs watervallen en doorheen bossen en weiden, maar op een berg mooie herinneringen, voor een terugblik op een geslaagde reis.
Het is gek als je terugkijkt. Die eerste vroege ochtend van het vertrek, de dag waar ik als monitor, maar ook zoveel kinderen en jongeren naartoe hebben geleefd, is onwennig. Iedereen staat er wat onwennig, tussen ouders en valiezen. Velen vol verwachtingen, maar ook geïntimideerd door de nieuwe gezichten. Behalve die paar ‘anciens’ die speuren naar een bekend gezicht van vorig jaar, een omhelzing, blij weerzien. Het contrast met de laatste dag, wanneer de bus tot stilstand komt en het de ouders zijn die vol verwachting staan te drentelen, is groot. Er wordt geknuffeld, gelachen, afscheid genomen, afspraken gemaakt, hier en daar een traan weggepinkt. Het is het moment waarop ik ten volle besef dat er weer een geslaagde vakantie achter de rug is.
Meer dan op andere kampen heb ik het gevoel dat de diabetesvakanties enorm groepsvormend zijn. Het is het gevoel van verbondenheid dat niet alleen doorweegt in het feit dat je samen op vakantie bent, maar in het feit dat allen hetzelfde tegenspruttelende lichaam hebben en dat je voor één keer niet alleen bent. “Hier zijn wij in de minderheid tussen diabeten, een raar gevoel”, verwoorde één van de educatoren het op een bepaald moment. Dat meerderheidsgevoel maakt dat er gelachen en geplaagd kan worden, terwijl niemand er aanstoot aan neemt. Diababes en Diabeesten van de dag worden gekozen, Cluedo wordt gespeeld met moordwapens als ‘insuline’ en ‘glucagen’ en verjaardagen worden gevierd met een welgemeende ‘hiep hiep hiep? Hypo!’. Het is de humor en het plezier dat vele kinderen en jongeren doet relativeren en open bloeien, en positiever tegenover hun aandoening laat staan.
En die kern van positiviteit zit verpakt in een fantastische, goedgevulde vakantie in een bijzonder mooie omgeving. Adelboden had alles wat we nodig hadden, en meer. Er kon gespeeld en gerust worden, gewandeld en geklauterd. Er waren avonturen in bomen en tochten in kabelbaantjes. Er waren terrasjes en winkeltjes en er was de lucht die nergens zou zuiver inademt als in de bergen.
Bovenop mijn berg herinneringen terugkijkend moet ik besluiten dat het hoogtepunt van de vakantie niet die lange dagtocht naar de Engstligenalm was, zoals ik tot nu toe steeds heb beweerd. Ja, die tocht was prachtig. Ja, de groepssfeer tussen die paar avonturiers die de tocht aandurfden zat perfect. Ja, de eindmeet halen zonder al te veel hypo-ongemakken is zowel een overwinning op de weg als op je diabetes. En ja, het uitzicht was prachtig.
Al die deugden verzinken echter in het niets bij het echte hoogtepunt: aan het eind van de vakantie op alle gezichten kunnen aflezen dat de kinderen en jongeren een geweldige reis beleefd hebben en misschien wel sterker in hun schoenen staan als diabeet dan tien dagen daarvoor het geval was.
Wouter


